We hadden een fijne plek gevonden op de compound in Zeytinala, een dorpje naast Izmir. Het leven bood daar een bijzondere combinatie van rust en een kleine gemeenschap. Alles was nieuw en anders. Eén ding viel meteen op: het verkeer.
Het Turkse verkeer: een cultuurshock
Vergeleken met Nederland voelde het verkeer in Turkije als complete chaos. Waar wij gewend waren aan overzicht en duidelijke regels, leek er daar veel meer vrijheid op de weg.
Brommers reden op de snelweg, pick-ups vervoerden mensen in de laadbak en paard-en-wagens waren soms hoog beladen met karton en papier. Ook reden er voertuigen rond die je in Nederland waarschijnlijk niet snel meer op de weg zou zien. Ieder ritje buiten de compound voelde als een klein avontuur.
Een auto kopen of niet?
Een eigen auto leek handig, maar we twijfelden. We wachtten ongeveer twee maanden. Dat kwam niet alleen door het ongewone verkeer, maar ook door mijn eigen situatie.
Mijn been was nog voor dertig procent verlamd. Ik wist niet of ik genoeg vertrouwen had om in deze omgeving zelf te rijden. Toch waagden we na twee maanden de sprong. Daar stond hij: een prachtige witte Suzuki Vitara.
Mijn nieuwe metgezel
In het begin was het wennen, maar al snel voelde ik me vertrouwd achter het stuur. De Vitara reed heerlijk. Ook onze trouwe viervoeter Duizel vond het fantastisch. Hij had een vaste plek in de achterbak en ging mee tijdens veel ritten.
Ik maakte uiteindelijk heel wat kilometers, ontdekte nieuwe plekken en leerde een andere kant van Turkije kennen.
Vrijheid en vertrouwen terugvinden
Mijn weg vinden in het Turkse verkeer was een avontuur. De Suzuki werd meer dan alleen een auto. Hij stond symbool voor onze aanpassing aan het nieuwe leven en voor het vertrouwen dat ik terugvond in mijn eigen rijvaardigheid.
Met Duizel achterin en het Turkse landschap voor ons voelde ik me steeds meer thuis. Iedere kilometer bracht een gevoel van vrijheid en verbondenheid met onze omgeving.